Stichting Waakhond.
Kolfbaan 72
2421 BD Nieuwkoop.

Aan De Gedeputeerde staten van Zuid-Holland
per adres Omgevingsdienst Midden Holland
Postbus 45 2800 AA Gouda

Zienswijze betreffende Ontwerpbeschikking Nazorgplan
voormalige stortplaats Coupépolder te Alphen aan den Rijn.
Locatiecode ZH048400007 Kenmerk 2022089126 Datum 25-05-2022
Datum 30-06-2022

Geacht College,
Voor een goede nazorg moet allereerst gekeken worden of het niet tijd wordt om de ingeslagen weg te verlaten. Bij de sanering van de Coupépolder hebben steeds andere belangen dan het milieubelang de prioriteit gehad. Dankzij aangepaste rapportages is men steeds om de hete brij heen gegaan.
Ook bij de presentatie van het rapport “Eindrapportage Coupépolder”door de onafhankelijke deskundigen 6 december 2012 draaide men om de hete brij heen. (Bijlage 1) Alles gaat over de periode na 1993. Over beslissingen van vóór die tijd had de commissie geen oordeel.

De voorzitter van die commissie, de heer Theo Edelman, beschouwde de bestaande situatie in 1993 als een gegeven.
Citaat uit samenvatting Pagina 6 "Vier jaar later, in 1992, stelde de provincie met instemming van de gemeente
vast op welke wijze de Coupépolder het beste gesaneerd zou kunnen worden"
De deskundigen hadden geen oordeel over een niet aanwezige water- en gasdichte afdeklaag, zoals beschreven in het Stortbesluit van 23 januari 1993.
Ook had het rapport geen oordeel over het feit dat de 20 jaar oude ringdrainage toen (2012) al over de houdbaarheidsdatum was, zoals bekent is de levensduur van een drainage in verontreinigd gebied volgens “www.bodemrichtlijn” 10 a 15 jaar (Bijlage 2)en HHR van Rijnland in niet vervuilde grond 15 tot 30 jaar Adviesnota Grondwater  Rijnland Mei 2011 (Bijlage 3)
IBC-sanering. IBC staat voor Isoleren Beheersen en Controleren.
Het duurste deel van de Isolatie, de Ringdrainage en de bentoniet laag op de zijkanten, zijn in 1992 in opdracht van de provincie Zuid Holland perfect uitgevoerd.
Op grond van een het Onderzoek Deklaag DHV Concept 3 van 13-08-1997 (Bijlage 4) werd  de bovenkant uit klei bestond, dat zodoende deze kleilaag de bovenkant voldoende dampremmend en waterdicht is.

Een onderzoek door de StAB in opdracht van de Raad van State, toonde het tegendeel aan. Waarop de Raad van State de beslissing, om geen afdeklaag aan te brengen, 24-12-2002 vernietigde. (Bijlage 5)
Als reactie hierop werd de I van isoleren anders uitgelegd. Zolang er door de Coupépolder geen beïnvloeding
naar de omgeving werd vastgesteld, voldeed de Coupépolder aan het IBC-principe.
Een paar jaar later vond men, dat men juist blij moest zijn met een water en luchtdoorlatende afdeklaag.
Dat was juist goed voor de NA (Natural attenuation, natuurlijke afbraak).
Ook de ringdrainage kreeg een andere taak. Bij een juist uitgevoerde IBC-sanering zou deze het water dat in de stort aanwezig was afvoeren. Bij een goede bovenafdichting, volgens het IBC-model, zou er geen regenwater meer insijpelen en was op den duur die ringdrainage niet meer nodig.
Nu kreeg de drainage plotseling een andere taak.
De ringdrainage was nodig om de bentonieten zijkant in stand te houden.
Op een deel van de Coupépolder ligt als ondergrond een dikke kleilaag. Zonder drainage bestaat het gevaar dat na langdurige regenval het water aan de binnenkant van de zijkant zich zodanig boven die kleilaag ophoogt, dat de druk van binnenuit op het bentoniet te groot wordt en de zijkant zou kunnen openscheuren.
De dertig jaar oude drainage is nu al lang over zijn houdbaarheidsdatum heen. (Zie Bijlage 2 en 3)
Natuurlijk wordt dit niet toegegeven. Met dikke rapporten probeert men aan te tonen dat het oppompen van het drainagewater te duur is. Met het gevolg dat vervuilde, uit de belt afkomstige, grondwater nu direct en indirect op het oppervlaktewater zal worden geloosd.
Één van de veelgehoorde kreten is Natuurlijke Afbraak. In de publicaties hierover, onder anderen “Bepaling natuurlijke afbraak Coupépolder” Warenco 06-07-2019 (Bijlage 6) staan indrukwekkende lijsten met stoffen die voor een groot deel zijn afgebroken. Tevergeefs zult u op die lijsten een aantal stoffen vinden die slecht of moeilijk afbreken (zgn priotaire stoffen zoals bijvoorbeeld DDT).
Veel van die stoffen zijn volgens processen-verbaal van Regionaal Recherche Team zeker bewijsbaar op de Coupépolder aanwezig. Proces verbaal RRT 21-10-1988 (Bijlage 7)
Er wordt door de verschillende “deskundigen” waaronder Theo Edelman, steeds gewezen op het zelfreinigend vermogen van oude stortplaatsen, De zogenaamde “Natuurlijke afbraak”.

Laten we het bij de feiten houden.
Het besluit van 1 april 1998 “Nazorgregeling Wet Milieubeheer” is van toepassing op stortplaatsen die op of na 1 september  nog in exploitatie zijn. Exploitanten van stortplaatsen moesten de nazorg van die stortplaatsen zelf gaan financieren. Uiteraard waren die afvalbazen daar niet blij mee. Nu moest er voor de vervuiling ineens worden betaald.
In 1999 verenigden de afvalstorters zich, onder leiding van Nautica Afvalzorg in de Stichting Duurzaam Storten. Een mooie naam voor een groep bedrijven die tot dan toe als afvalmaffia werd beschouwd.
In opdracht van deze stichting werden er allerlei onderzoeken gedaan om aan te tonen dater voor afvalstortplaatsen geen aanvullende nazorg maatregelen nodig zouden zijn. De slager moet, indien hij niet zelf het vlees controleert, toch wel de persoon kunnen aanwijzen die dat dan voor hem gaat doen.
In die onderzoeken werd aangetoond dat als men gecontroleerd stort een bovenafdichting juist contraproductief werkt. Daar moest juist actief worden bewaterd. Hoera, natuurlijke afbraak werkt! Het doel is bereikt en er is geen waterdichte afdichting meer nodig.
Stelselmatig wordt er in allerlei rapporten verwezen naar de studies waar door het water en lucht de natuurlijke afbraak wordt gestimuleerd. Dit zogenaamde verduurzamen van oude stortplaatsen kan een oplossing zijn.
Maar zo simpel is het niet. Voorwaarde is dat het concept goed en in zijn geheel wordt toegepast.
Geen regenwater maar bewatering en die moet alle hoeken en kanten van de vuilstort bereiken en vervolgens worden opgevangen. (Blz 9 van Royal H verduurzaming 25 juni 2015 (Bijlage 8)
“Stortplaatsen hebben over het algemeen een sterk heterogene en onbekende opbouw.
En een afwisseling van droge en natte plekken in het materiaal. Om de biologische afbraak van al het materiaal te bevorderen is het van belang het stortmateriaal gelijkmatig en optimaal te bevochtigen en beluchten. Hiervoor worden twee technische
maatregelen als effectief en toepasbaar beschouwd: infiltratie van water in het afvalpakket en beluchting van het afvalpakket (Stichting Duurzaam Storten, 2006 en volgende publicaties (ev); persoonlijke communicatie T. Heimovaara)”.

Wij komen hier later op terug.

Dit brengt ons gelijk aan een ander argument, namelijk dat het drainagewater redelijk schoon is.
Voor een deel is dat goed verklaarbaar, doordat het water decennialang de makkelijkste weg heeft gekozen en de vervuiling langs die gemakkelijke weg al is weggespoeld.
Wel is het aannemelijk dat door het uitschakelen van de drainage de voorkeursstroming van het inzijgende regenwater veranderd en er nieuwe bronnen van vervuiling worden aangeboord. (Pagina 9 van Royal H verduurzaming 25 juni 2015 (Bijlage 8)
Voor een ander deel is het mogelijk dat er met de verkeerde parameters wordt gewerkt.

Men vindt nu eenmaal alleen wat men zoekt. Mooi voorbeeld is dat Aveco de Bondt in de memo “Resultaten bemonstering grondwater aan randen van de voormalige stortlocatie Coupépolder van 10-01-2022” (Bijlage 9) zij aangeven voor het eerst vanaf oktober 2021 op PFAS te controleren. Gelijk is dit ook overal, op één peilbuis na, aangetoond.

Dan het grondwater.

In datzelfde memo van Aveco de Bondt ( Bijlage 9), betreft het hier metingen aan weerszijden van de ringdrainage. De ringdrainage ligt op een diepte van ruim één meter onder het oorspronkelijke maaiveld.
Op de veldmetingen, in Bijlage 2 Pagina 6 en 7 van de eerdergenoemde memo ( Bijlage 9), zien wij dat de EC-waarden van het grondwater bij de drainage erg hoog zijn. Hoewel de metingen in een betrekkelijk korte tijd achter elkaar zijn genomen is er toch sprake van grote verschillen in de ECwaarden.
Dit geld ook ten aanzien van de troebelheid. Er is totaal geen lijn in te trekken. Niet met de grondwaterstanden en ook niet met de analyseresultaten. Één ding is wel duidelijk, de hoge ECwaarden worden niet door de analyseresultaten onderbouwd. De aangetoonde vervuiling is zo minimaal dat het nooit de hoge EC-waarden kan verklaren. Wat er wel allemaal mee spoelt is onbekend.

 

Dan de grondwaterstroom naar de Zegerplas.

Voor alle duidelijkheid dit is het grondwater in de geulafzettingen. Niet te verwarren met het grondwater naast de drain. Het gaat hier om water dat daar tot -10 onder zit.
Op een groot deel van de Coupépolder zit onder het stortmateriaal geen 10 meter dikke kleilaag, echter wel veen en zandlagen in de oude bedding van de Kromme Aar. Hier is de stroomrichting van het insijpelende regenwater niet verticaal maar, door de oude onderwaterbodems van de KrommeAar, voornamelijk horizontaal. Het is niet bekend of die oude Kromme Aar bedding geheel door de 10 meter dikke kleilaag heen is gegaan.
Uit boringen, op 24 oktober 1995 door Bureau Haijem a (Bijlage 10) uitgevoerd, bleek dat hier en daar het onderste deel van de kleilaag nog intact was. Waar dit het geval is zal de stroming 100% horizontaal zijn. Het grondwater in het zandpakket onder de 10 meter dikke kleilaag gaat van west naar oost. Dit in tegenstelling tot het grondwater in de geulafzetting.

Het grondwater in de geulafzetting zit als het ware gevangen tussen de muren van het omliggende kleipakket, de
damwanden aan de noord- en oostkant en het deel met hogere druk, veroorzaakt door het massale gewicht van de bult van de Coupépolder, aan de oostkant. Er is voor dat grondwater maar één richting mogelijk: naar de Zegerplas.


Op12 juli 2021 hebben wij een mening over het concept nazorgplan van de Coupépolder gegeven. (Bijlage 11) Hierin hebben wij uitgebreid gewezen op de samenhang van het stopzetten van een deel van de ringdrainage en tussen de terugkeer van blauwalg in de Zegerplas.
De beluchting tegen blauwalg, in de Zegerplas, heeft vanaf 2008 redelijk gefunctioneerd. In 2017 heeft men een deel van de drainage op de Coupépolder stilgelegd. Sindsdien is er, voor een deel van de Zegerplas, regelmatig een negatief zwemadvies. Voor dit jaar 2022 is dat omgezet in een permanent negatief zwemadvies. Het ODMH (Omgevingsdienst Midden Holland) ontkende, als reactie op de mening van 12 Juli 2021, dat er sprake is van beïnvloeding van de Zegerplas.

Ook de ingehuurde onafhankelijke deskundige, de heer Theo Edelman, heeft het in zijn second opinion van 24 juli 2021 (Bijlage12) niet over een mogelijke stroming van grondwater richting Zegerplas. In dit warrige second opinion stuk, met veel “mogelijk dit, mogelijk dat”, komt die grondwaterstroom totaal niet ter sprake.
De onderzoeksbureaus Warenco met hun beschrijvingen,“Evaluatie mogelijkheden vermindering onttrekking ringdrain van 3 mei 2019” pagina 16 (Bijlage 13), en Aveco de Bondt, “Nazorgplan Coupépolder van 31 maart 2022” pagina 5 (Bijlage 14), zijn er duidelijk over. In de stort is sprake van een horizontale stroom grondwater in zuidwestelijke richting. Dat is dus richting Zegerplas.
Het heeft lang geduurd maar zelfs het ODMH heeft, na een memo van Hoogheemraadschap van Rijnland “Memo Invloed Coupépolder Op Zegerplas 21 085122 1 van datum 2 december 2021” (Bijlage 15), uiteindelijk toegegeven dat er vanuit de Coupépolder een constante stroom grondwater naar de Zegerplas stroomt.

HHR van Rijnland vindt deze toestroom, van mogelijk 60.000 m³ per jaar, een hydrologisch te verwaarlozen hoeveelheid. Over de kwaliteit van het grondwater, uit de Coupépolder, zegt het HHR van Rijnland het volgende.
Citaat Noot: Hoewel de bijdrage van betreffende grondwaterstroom beperkt is, kan deze zeer plaatselijk toch tot een verslechterde waterkwaliteit in de Zegerplas leiden (als de concentraties aan stoffen in het uitstromende grondwater hoog genoeg zijn).

Zegerplas.
In 1989 is door Iwaco (Bijlage 16) een aantal metingen gedaan om de vervuiling in, naast en onder de Coupébelt in kaart te brengen. Op een simpele wijze heeft men een aantal EC-metingen gedaan.
Deze methode geeft voor iedereen, zelfs voor niet deskundigen, een duidelijk beeld. Onder de 1000 is goed, boven 1000 is vervuild.
Het rondje bij uitstroom KrommeAar naar de Zegerplas is zwart, dat wil zeggen vervuild.
Waarom heeft men vanaf 1989 nooit meer op die zijde van de Coupépolder metingen gedaan?
Gebrek aan geld kan het niet zijn. Er zijn honderdduizenden Euro’s uitgegeven aan luchtonderzoeken waar niemand iets aan heeft. Er is zelfs een onderzoek geweest naar opslag van zware metalen in regenwormen. (zie literatuurlijst Nazorg Rapport 2022 van Aveco de Bondt)
Het lijkt wel of dat er zolang er maar aangetoond kan worden dat er niets aan de hand is, het ook niet uitmaakt wat het kost.
De sanering kan niet los worden gezien van de invloed op dat proces door de gebruiker. De gebruiker van de Coupépolder is de golfclub Zeegersloot. Voor de golfclub is elke aanpassing aan de bovenkant van de Coupépolder onbespreekbaar. In 1986 is door de gemeente Alphen aan den Rijn met de golfclub een Beheersovereenkomst gesloten. Hoofdpunten van die overeenkomst waren onder andere:
“Openbaarheid van het gebied en inzage in de winst- en verliesrekeningen plus de overwinst zou worden besteed aan het totale Zegersloot gebied”. ( Bijlage 17)
De golfclub heeft zich hieraan nog nooit gehouden en weigert hieraan te voldoen. Inzage in de winst- en verliesrekeningen slechts heel beperkt. Over het besteden van de overwinst zijn in al die jaren geen afspraken gemaakt. Ook is er nooit geld van de golfclub naar de Gemeente Alphen aan den Rijn overgemaakt. Wel is die overwinst door de golfclub gebruikt om, zonder overleg of toestemming van de Gemeente Alphen aan den Rijn, van derden gronden aan te kopen. Die aangekochte
gronden zijn niet openbaar. Wat er met de rest van de overwinst is gedaan is volledig onbekend.
Vergelijkbare golfclubs van dezelfde grootte en prijsklasse betalen ongeveer 250.000 euro per jaar aan afbetaling en rente voor hun onroerend goed.
Van het begin af aan is er een sterke verwevenheid tussen de golfclub en een deel van de plaatselijke ambtenarij en politiek.
Te beginnen met frauduleus handelen van het hoofd afdeling financiën, van de Gemeente Alphen aan den Rijn,de heer Pieter van Stipdonk, in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw. Tot het opwerpen als beschermvrouwe van de golfclub, één dag ná haar aantreden op 15 december 2014, door de huidige burgemeester mevrouw Liesbeth Spies.
* Meer informatie hierover op www.gifbelt-coupepolder.nl  Bij Landjepik en Raadsbrief.


Die verwevenheid tussen gemeentelijke bestuurders en golfclub heeft ervoor gezorgd dat de bovenafdichting nooit is aangelegd. Niet uit besparing maar vanwege de golfclub. De kosten van de rapportages, om maar vooral niets te hoeven doen, overstijgen meerdere malen de kosten van een gas en waterdichte afdeklaag.
Wij kunnen niet anders concluderen dan dat bij het geven van een opdracht tot onderzoek de nodige beperkingen worden afgesproken. Die beperkingen worden zodanig opgelegd dat de conclusie bij voorbaat al vaststaat.

Hoe verder
Het bewijs dat de Coupépolder verantwoordelijk is voor het blauwalgprobleem mag dan niet wetenschappelijk bewezen zijn, echter kunnen wij er wel van uitgaan dat het hierop van invloed is. In
2017 is er nog maar een klein deel van de drainage stilgelegd. Het laat zich raden wat er gaat gebeuren als ook de rest van de drainage zal worden stilgelegd.
Er zijn een twee-/drietal mogelijkheden.


Mogelijkheid 1,
Verduurzaming, zoals die echt werkt.
* Actieve bewatering en beluchting voor een periode van minimaal dertig jaar.
* Water moet worden opgevangen en gezuiverd.
* Golfclub moet plaatsmaken.
Kijk eens https://duurzaamstortbeheer.nl/


Mogelijkheid 2,
IBC zoals het behoort te zijn.
*Golfclub tijdelijk weg.
* Adequate gas- en waterdichte bovenkant aanleggen, zodat inzijging van het regenwater stopt.
* Daarna kan de golfclub weer terug op het terrein.


Ons advies is duidelijk te kiezen tussen de verschillende varianten. Nu wordt er gegrasduind tussen de mogelijkheden 1 en 2, wat tot niets leidt. Het in de huidige staat toelaten van regenwater is niet te vergelijken met het actief bewateren zoals die wordt toegepast bij het verduurzamen. Ook past het niet bij het IBC-model.
Men kan niet iets half doen. Je kiest voor de ene of voor de andere mogelijkheid.


Mogelijkheid 3,
Niet kiezen is natuurlijk ook een optie
* Maar stop dan met al die onzinnige onderzoeken om maar aan te kunnen tonen dat men niets hoeft te doen.
* Wees eerlijk en aanvaard dan uiteindelijk dat de Zegerplas, ondanks alle beluchting, als recreatieplas zal moeten worden afgeschreven.
* Plus reserveer vooral alvast wat geld om de claims van stankoverlast bij de omwonenden af te kopen.

Hoogachtend,
Herman Gerritsma
secretaris Stichting Waakhond

Bijlagen
1. Eindrapportage Coupépolder, van6 december 2012
2. Factsheet Geohydrologische Isolatie Bodemrichtlijn sanering
3. Adviesnota Grondwater Pdf Rijnland Mei 2011
4. 1997 08 Onderzoek deklaag DHVvan 13 augustus 1997
5. uitspraak 200100471 Raad van State van 24 december2002
6. Bepaling natuurlijke afbraak Coupépolder Warenco 6 Juli 2019
7. 1988 Procesverbaal RRT 21 oktober 1988
8. Royal H verkenning verduurzaming en mining stortplaatsen 25 juli 2015
9. Resultaten grondwater aan rand van 10 januari 2022
10. Boorstaten Bureau Haitjema van 24 oktober 1995
11. Mening Stichting Waakhond concept nazorgplan 12 juli 2021
12. Second opinion Theo Edelman van datum 24 juli 2021
13. Evaluatie mogelijkheden vermindering onttrekking ringdrain Warenco 3 mei 2019
14. Nazorgplan 2022 Aveco de Bondt van 31 maart 2022
15.Memo 21.85122 invloed Coupépolder op Zegerplas HHR van Rijnland 2 december 2021
16. 1989 04 Vervolgonderzoek Iwaco fase 1 Bijlage 1
17. 1986 24 Beheerovk Golfclub Gemeente

Coupepolder Zienswijze Juni 2022
PDF – 160,7 KB 17 downloads