Gifbelt Coupépolder

Maandag 24 september 2018

Gertruda Boekanier, 62 jaar geleden geboren als Truus IJdo, tikt ongeduldig op het stuur van haar Mercedes.

'Altijd weer die file op de Oostkanaalweg' moppert ze in haarzelf. 'Eens kijken, ja hoor die brug staat weer open.'

Vluchtig inspecteert ze haar gezicht in de achteruitkijkspiegel. Haar make-up zit nog perfect. Niemand zou aan haar kunnen zien dat ze zich zorgen maakt en een beetje in de war is. De oorzaak van haar zorgen is Leontien.

Leontien is na haar verjaardagsfeestje op de golfclub niet meer komen opdagen. Dat is heel ongebruikelijk. Normaal komt ze haar golfafspraken altijd na.

Gertruda had Leontien gebeld. Snikkend had die een heel verhaal over kanker en uitzaaiingen gehouden. Gertruda had beloofd dat ze zo spoedig mogelijk langs zou komen, maar daar was nog niets van gekomen. Ze had het ook veel te druk en eerlijk gezegd vond ze het doodeng om op ziekenbezoek te gaan. Als je met een vast clubje vriendinnen over de golfbaan loopt, klets je over van alles en nog wat. Maar wat moet je zeggen tegen een vrouw, van net zestig, die gehoord heeft dat ze het niet meer lang zal maken?

Gisteravond terwijl ze in de keuken TV zat te kijken, had ze bij zich zelf een bultje onder haar tong ontdekt. Een beetje angstig had ze de rest van haar lijf onderzocht. En ja, ook aan de onderkant van haar linkerborst zat een harde knobbel. Ze had richting de woonkamer haar man geroepen: 'Jaap, wat denk je, ik heb overal bulten, ik zal toch niet..?'

Jaap had nauwelijks gereageerd: ‘Weet ik veel, wat moet ik ervan zeggen, ik heb daar geen verstand van. Ga morgenochtend maar naar de dokter.'

Dat was alles wat hij te zeggen had. Ze zijn dan wel getrouwd maar dat is ook alles. Gertruda had nog heel even TV gekeken en was vroeg naar bed gegaan waar ze moeilijk in slaap kon komen.

Vanmorgen had ze de huisarts gebeld. Ondanks al haar pogingen kreeg ze die niet zelf aan de lijn en kon ze er pas op donderdagmiddag terecht. Kwaad had ze de telefoon neergesmeten: 'Had verdikkeme die linkse trut van Borst maar nooit iets te zeggen gehad. Door die trut missen we de voordelen van de particuliere verzekering.'

Doordat ze zo hard de telefoon neer had gesmeten, vielen er wat losse papieren op de grond. Een van die papieren is de ledenlijst van de golfclub. Toen ze zich bukte om die op te rapen viel haar oog op Wim Laros. Misschien moet ze die eens bellen.

Zij kende Wim Laros van de golfclub. Minstens eens per week komt hij daar lunchen. Vroeger golfde hij ook nog wel eens maar nu komt hij alleen in het clubhuis. Gertruda dagdroomde wel eens over dokter Laros. Hij is een grote knappe man, charmant en dokter, dat heeft toch wel wat. En dan nog vrijgezel ook. Heel wat anders dan die suffe vent van haar. Even twijfelde ze, maar uit een soort van wanhoop had ze hem toch maar gebeld. Ze was aangenaam verrast dat ze nog diezelfde dag kon komen.

'Ik maak om een uur of drie wel een gaatje voor je vrij en hou op met dat dokter Laros, ik ben Wim, op de club ben ik Wim en hier ook.'

Na dat telefoontje ging ze zoals gebruikelijk met haar vriendinnen op de golfclub lunchen. Ze voelde zich een stuk beter. Ze had het maar mooi geregeld.

Terloops vertelde ze haar vriendinnen dat zij een afspraak met Wim had. Als oorzaak noemde ze migraine. Je gaat ten slotte toch niet vertellen dat je bang bent dat je kanker hebt. Gelijk hield Linda een heel verhaal dat het komt omdat zij als enige van de vijf zonder zonneklep de baan op gaat. Dat geleuter van Linda liet ze maar over haar heen komen. Het is een beetje haar eigen schuld. Had ze een paar weken geleden maar haar mond moeten dichthouden. Ze had toen fel op Linda gereageerd. Linda die op een bewolkte dag zelfs in het clubgebouw, dat achterlijke wel tien centimeter brede ding nog op haar kop liet staan.

'Eindelijk,' zucht ze, er komt beweging in de file.

Vanmiddag had Wim haar onderzocht en beloofd met spoed verder onderzoek te regelen in een privékliniek van een zijn vrienden. Volgens hem is het niets. Voor alle zekerheid wil hij toch een afspraak maken voor een scan. Hij zou daar nog over terugbellen.

Bijna in Nieuwkoop ziet ze op haar dashboard dat de telefoon gaat. Het is Wim: 'Kan jij morgenavond? Ik kom je ophalen, dan rijden we naar Maarseveen. Naar de privékliniek waarover ik je vertelde. Daar kunnen de foto's gemaakt worden. En dan krijg je gelijk de uitslag. Dat gaat heel wat sneller dan in een gewoon ziekenhuis. Hoe korter je in de onzekerheid zit, hoe beter. Oké. Dan ben ik morgenavond rond kwart over zeven bij je.'

Gertruda mompelt een paar maal instemmend. Terwijl ze de oprit oprijdt heeft ze een beetje een dubbel gevoel. Angst en trots, trots omdat Wim dat toch maar allemaal voor haar doet en angst? Ze weet het niet.

 

Na het gesprek met Gertruda belt Wim, Henk Ruijs de eigenaar van een privékliniek: 'Ben je thuis vanavond? Oké, dan kom ik er aan. Liever niet over de telefoon.'

Als Henk Ruijs de deur voor Wim opendoet ziet hij aan Wim zijn gezicht dat het weer mis is. Iets wat hij al verwachtte toen Wim zei dat het liever niet over de telefoon kon.

'Wim heb je er weer zo eentje? Verdomme begint het alweer?'

'Ja' knikt Wim' Ik kon alleen maar oppervlakkig voelen, maar ik weet genoeg dus ja.... Ik kom morgenavond half acht..acht uur met haar naar je toe om wat foto's te maken. Pas dan hebben we zekerheid.'

'Ik vind het niet prettig hier weer bij betrokken te raken. Waarom kom je hier? Je had haar toch ook gewoon kunnen door verwijzen.'

'Nee, je weet best waarom ik bij jou kom. Het is net als acht jaar geleden, teveel rare gevallen in een te korte periode. Je weet toch dat Eric geen paniek wil.'

Henk wordt wat nerveus als Wim het over Eric heeft. Wim vertelt hem dat bij de golfclub Gertruda al het derde kankergeval in drie weken tijd is. Nog meer leden binnen korte tijd, dat zou teveel opvallen. In 2008 hadden ze ook zoiets dergelijks gehad. Wim had er toen, met medewerking van Henk Ruijs vier gevallen tussen uit kunnen rangeren. Vier vrouwen die ze in een kliniek in Noorwegen hadden kunnen onderbrengen. Kankergevallen bij de leden die niet frequent op de club komen, geven geen problemen. Niemand brengt dan de kanker in verband met de golfclub. Meestal is de kanker nogal agressief zodat het probleem snel is opgelost. Het probleem zit bij de groep vaste spelers. Er mag af en toe wel eens iemand kanker krijgen. De meeste zijn ten slotte veelal wat oudere mensen.

Maar nu ligt het anders Gertruda en Leontien maken deel uit van de club van vijf golfvriendinnen die beetje gekscherend de Tena-ladies worden genoemd. Die naam hebben ze omdat een paar van hun het niet kunnen laten om hun broeken en paar maten te klein te kopen. Daardoor worden er allerlei bandages duidelijk zichtbaar. De Tena-ladies behoren bij de vaste groep spelers, net als de heer van Sassen die een week geleden in de club vertelde dat hij kanker heeft.

'Hoe wil je haar in Noorwegen laten op nemen,' vraagt Henk.

Wim haalt zijn schouders op: 'Ze zal waarschijnlijk wel vrijwillig willen gaan, zeker als ze hoort dat het met een privé-ambulance en een privé-vliegtuig is en dat ik mee ga. Ze is al gelukkig als ze me 'Wim' mag noemen.'

'Ga je echt met haar mee?,' vraagt Henk verbaasd.

'Nee, natuurlijk niet. Ik verdoof haar in de ambulance, zorg dat ze veilig en diep slapend aan boord komt, dat is genoeg.'

'Wat een kapsones,' denkt Henk, maar hij vraagt zo neutraal mogelijk: 'En haar man?'

'Misschien vindt hij het prachtig dat hem de zorg uit handen wordt genomen. En zo niet, Eric praat wel met hem. Jaap Boekanier heeft zich een poosje terug voor een SOA in een kliniek laten behandelen. Dat heeft hij niet bij zijn vrouwtje opgelopen.'

Henk is wel nieuwsgierig hoe Wim van die SOA weet, maar hij vraagt er niet naar. Hoe minder ik weet, hoe beter, denkt hij.

Opname in een dure privékliniek in Noorwegen wordt onder het mom van uitproberen van dure nieuwe medicijnen gedaan. Er is altijd haast bij zodat er geen tijd voor afscheid nemen is. Henk kent de reputatie van die Noorse kliniek wel. Een kliniek voor zwaar dementerende en/of psychotische kankerpatiënten. Allemaal hun eigen kamer zonder telefoon en de deur op slot. Henk heeft er wel eens nachtmerries over. 'Hebben die mensen wel allemaal kanker? Zijn ze echt psychotisch? Als je rijk bent en je familie wil je kwijt...?'

Dinsdag 25 september 2018

Om acht uur in de ochtend belt Wim Eric van Heijkoop. Eric heeft zich van loopjongen bij de IRT-affaire tot een hoge ambtenaar bij justitie omhooggewerkt. In de loop van de jaren heeft hij allerlei functies vervuld. Maar in feite is hij al die tijd bij de BVD en later bij de AIVD in dienst.

Wim vindt dat hij wel genoeg geregeld heeft. Eric moet die man van Gertruda maar rustig houden. Dat hij vreemd gaat is wel duidelijk. Eventueel kunnen die jongens van Eric binnen een paar uur allerlei belastende informatie op tafel brengen. Ze kunnen wie dan ook chanteren. Misschien hoeven ze helemaal niet zoveel druk uit te oefenen. Misschien is Jaap wel blij als zijn vrouw ergens ver weg wordt opgenomen.

Terloops had Wim, terwijl hij Gertruda onderzocht, gevraagd hoe het met haar familie gaat. Gertruda had daarop geantwoord dat ze niet zo veel meer met haar familie te maken heeft. De golfclub is haar familie geworden.

Eric hoort het nieuws van Wim onbewogen aan en zegt alleen: 'Ik bel je.'

Na een paar uur belt Eric: 'De transportpapieren zijn gereed, vanavond om half negen komt een ambulance haar bij de kliniek in Maarseveen ophalen. Die brengt haar naar Groningen. Daarna gaat ze met een privétoestel, deze nacht nog, naar Noorwegen. Jij zorgt dat ze de eerste 24 uur rustig is en ik bekommer me wel over haar man. We hebben hem al een beetje gecheckt, het komt wel in orde.'

Wim weet wat dat betekent als Eric zoiets zegt. Of je schuldig of onschuldig bent maakt geen verschil. Eric weet het wel zo te maken dat je voor lange tijd de gevangenis in kan gaan.

Bijna 40 jaar eerder.

Maandag 21 april 1980

s Maandags is het altijd rustig in het kantoor van Biesterfeld. Ida Spaargaren staart uit het raam naar buiten. Nu er niets te doen is zit ze maar te piekeren. Ze voelt zich ongelukkig. Ze is nu negen jaar gehuwd maar het is een grote mislukking. In het tweede jaar van het huwelijk had ze een doodgeboren kindje gekregen. Als extra dreun had de dokter haar verteld dat ze voor altijd kinderloos zou blijven. Ze was er goed kapot van geweest. Alle pijn en verdriet had ze alleen moeten dragen.

Aan die vent van haar had ze niets. Hij is nu een jaar of vier werkloos. Niet omdat hij geen werk kan krijgen, maar gewoon om dat hij te beroerd is om te werken. Zelfs nadat zijn uitkering is gestopt heeft hij nog steeds geen werk gezocht. Als ze erover wil praten doet hij dat lacherig af: 'Als ik ga werken kunnen we alles aan de belasting afdragen. Jij verdient toch genoeg. Met af en toe een zwart klusje houden we hetzelfde over.'

Maar zelfs voor die zwarte klusjes is hij nog te lui. Ze kan er niet meer tegen. Ze is die vent zó zat. Zij maar werken en hij werkeloos thuiszitten en niets maar dan ook totaal niets doen. Als zij 's avonds van haar werk thuiskomt moet zij ook nog het eten koken. Zelfs is die zak nog te lui om de ontbijttafel af te ruimen. Ze is het meer dan zat. Ze wil leven! Niet het sloofje zijn voor die lul. Al een poosje zit ze aan scheiden te denken, maar hoe? Ze heeft geen rode cent op de bank. Waar moet ze naar toe? Naar haar moeder in Deventer? Maar dan moet ze ook ander werk zoeken en juist hier op haar werk heeft ze het naar haar zin.

Ze is ooit aangenomen als secretaresse. Maar dat secretaressewerk stelt eigenlijk niets voor. In werkelijkheid is haar werk het op papier wegwerken van chemicaliën. Deze worden door het moederbedrijf uit Duitsland aangeleverd. Waarschijnlijk was ze ooit aangenomen omdat haar vorige werkgever Wim Verkaik was. Wim Verkaik is een grote afvalverwerker. Dankzij hem heeft ze goede contacten in de afvalbranche en die zijn belangrijk in haar werk. Ida kent het belang van goede contacten, intern en extern.

Ida kan binnen het bedrijf met iedereen goed omgaan. Ze spreekt vaak met de mannen op de werkvloer. Ook behandelt ze iedereen met respect en zit ook vaak onder het koffiedrinken tussen de mannen in hun smerige overals. Het goede maatjes zijn met de jongens helpt haar om problemen op te lossen. Als er net voor vijf uur nog een vrachtwagen gelost moest worden komt ze met: 'Sorry jongens, het is al bijna vijf uur, maar...'

En dat, plus een lieve glimlach en een net iets te bloot jurkje, doet wonderen. Ze weet veel van de werkvloer. Ze weet ook dat die paar Turken die daar werken het niet gemakkelijk hebben. Er wordt volop gediscrimineerd. Als het aan die jongens daar ligt, kunnen die Turken al het vuile- en zware werk doen. Ze veroordeelt niemand. Maar met een paar rake opmerkingen zorgt ze er wel voor dat het niet de spuigaten uitloopt.

Een van de eerste Turkse gastarbeiders bij Biesterfeld is Ali. Een slimme vent die al heel snel goed Nederlands spreekt. Vrijdags werkt hij niet in de fabriek maar maakt hij het kantoor en de kantine schoon. Als het niet zo druk is maakt Ida wel eens een praatje met hem. Hij heeft het altijd over zijn dochtertjes. Ida luistert graag naar zijn verhalen. Wellicht troost het haar omdat haar doodgeboren kindje nu ongeveer net zo oud zou zijn als Sarina, Ali's jongste.

Ooit heeft Ali haar verteld over hoe Sarina in Turkije ziek was geworden. Het meisje hield van zwemmen en ging graag naar het zwembad. Ook toen ze op vakantie bij zijn moeder in Turkije waren. Nadat ze een hele middag gezwommen had was ze ‘s avonds doodziek. Ze moest zelfs in het ziekenhuis worden opgenomen. Volgens de artsen kwam dat door het zwemwater. Direct van uit het ziekenhuis was Ali naar het zwembad gegaan. Daar bleek dat dat niet alleen Sarina maar ook nog andere kinderen waren ziek geworden. Ze verontschuldigden zich, ze hadden beter, toen het te warm werd, het zwembad moeten sluiten. Het zwemwater was wel gechloreerd, maar vanwege de hoge watertemperatuur werkte dat niet zoals het zou moeten. Eigenlijk zouden ze liever bromide hiervoor hebben. De kosten zijn geen probleem, maar het is in Turkije nauwelijks te koop en in het buitenland bestellen is erg ingewikkeld vanwege het gebrek aan een goed banksysteem. Na een paar dagen mocht Sarina uit het ziekenhuis. Maar voor de lange autoreis naar huis, moest ze eerst aansterken. Ali had daarvoor een extra week vakantie opgenomen.

 

Twee jaar geleden had de firma Biesterfeld een aantal contracten afgesloten om zwemwaterresidu te reinigen. Via een slimme filtermethode kan bromide, een belangrijke zwembadzuiveringsstof, teruggewonnen worden. Haar baas had haar gevraagd om de oplopende voorraden te verkopen. Direct had ze Ali aangesproken. Ze herinnerde hem aan het zwemavontuur en vertelde hem van haar opdracht de bromide te verkopen. Of Ali haar wil helpen met contacten leggen in zijn geboorteland? Ali was blij met die opdracht. Met zijn ploegbaas hadden ze afgesproken dat Ali een week voor haar op kantoor komt werken.

Ali en zijn neef Jassar, als tussenpersoon in Turkije, blijken een gouden greep te zijn. In een mum van tijd hebben Jassar en Ali de nodige afnemers van zwembad chemicaliën gevonden. Het grootste probleem was de betaling. Betalen per bank was praktisch niet mogelijk. Dit komt niet omdat er geen geld is. Er is geld genoeg, maar niet op de bank. In het Ottomaanse rijk waren alleen in de grote steden een paar buitenlandse banken. De conservatieve Islam staat de manier van bankieren, zoals men die in het westen gewoon is, niet toe. De omwenteling van Ataturk had daar dan wel een eind aan gemaakt maar in veel kleinere steden en op het platteland waren nog steeds geen banken. Voor de betalingen moest een alternatieve manier worden gezocht. Na enig zoeken komen ze bij het Hawala netwerk. Een Amsterdamse belwinkel functioneert als betaalmeester. Zodra een bestelling is aangekomen wordt eerst de factuur opgemaakt. Dan komt Ali in actie, belt naar Turkije en de belwinkel en een paar dagen later komt een keurig geklede Turkse man de rekening contant betalen.

Ali en Jassar leggen op die manier een totaal nieuwe markt bloot. De voordelen van bromide hoeven ze niet uit te leggen, dat weten de kopers beter dan wie ook. Kennelijk gaat het bericht van de bromide als een lopend vuurtje door Turkije. Handelaren uit het diepe binnenland nemen zelf via de telefoon contact op. Ali moet vaak, om de orders in ontvangst te nemen, van de werkvloer gehaald worden. De verkoop loopt zo goed dat er al snel bijna elke maand een vrachtwagen met bromide die kant op gaat. Als de voorraad is weggewerkt, moeten ze bijkopen. Dat kan gemakkelijk want de marge is erg ruim.

Ook bij het hoofdkantoor in Hamburg is de aankoop van bromide bij Philips Duphar in Amsterdam opgevallen. Dit komt goed uit. Des te beter dat Biesterfeld Alphen op een normale groothandel gaat lijken. Zij besluiten dat voortaan Biesterfeld Alphen de bromide verkoop aan Oost Europa en het Midden Oosten zal doen. Voor Ida is dit een leuke opsteker. Zij regelt alle transporten.

In Europa gelden per land verschillenden regels voor het transport van chemicaliën. Ida heeft al gauw door dat veel chauffeurs wel weten hoe je lastige regels kan omzeilen. Vaak is een andere benaming of omschrijving genoeg. Ook hier haalt ze haar kennis van de werkvloer. Ze zorgt ervoor dat in de kantine de gehele dag koffie voor de chauffeurs klaarstaat. En voordat ze aan de papierwinkel van internationale transporten begint, gaat ze toevallig eerst even koffie drinken. Voor snel een praatje en een paar vragen. De chauffeurs vinden het maar wat leuk als een goed uitziende jonge vrouw hun om raad vraagt. Ida steekt hier veel van op, ze heeft veel goede tips aan dat kantinebezoek te danken.

 

Die middag om twee uur zit Jos Verbeek bij Biesterfeld op kantoor. Hans van Berkel, de directeur, heeft hem net ontvangen. Als Ida de koffie brengt, begrijpt ze dat het over iets buitengewoons gaat. Er hangt een zekere spanning in het vertrek. Als ze het kantoor uitloopt, zorgt ze ervoor dat de deur op een kiertje open blijft. Jammer genoeg waait die weer dicht. Ze kan niet alles letterlijk verstaan wat er wordt gezegd. Maar als Hans kwaad reageert hoort ze door de deur heen: 'Wij zijn een nette firma, wij gaan voor jou geen gifgas uit Spanje halen, hoe kom je daarbij.'

Even daarna gaat de deur open, Jos Verbeek komt naar buiten terwijl Hans schreeuwt: 'laat je hier nooit meer zien anders doe ik je wat.'

Terneergeslagen snelt Jos langs Ida naar buiten. Nu Jos buiten is staat Ida op en gaat het kantoor van haar baas binnen: 'Goh wat was dat? Is er iets gebeurd?'

'O niets,' zegt de van kwaadheid rood geworden Hans: 'een stuk schorem die denkt dat hij met geld alles kan kopen. Stel je voor hij bood me zelfs smeergeld aan.’

Ida's interesse is gewekt. Even later gaat Hans naar achter in de zaak. Ida haalt gauw het in vieren verscheurde visitekaartje van Jos Verbeek uit de prullenbak. Misschien is dit haar kans om van haar man af te komen?

Woensdag 23 april 1980

Om half acht ‘s avonds meldt Ida zich bij het kantoor van Jos Verbeek in Hoofddorp. Na de begroeting begint Jos een uitgebreid gesprek over het zaken doen in Irak. Hij had daar contact gemaakt met een zekere Ali Hassan al-Majid die zo later bleek een volle neef van de grote Saddam Hoessein te zijn. Eerst was die man jarenlang de vaste chauffeur van Saddam geweest en toen Saddam vorig jaar president geworden was had die Ali Hassan de leiding gekregen over een groot chemisch project voor het bereiden van diverse soorten kunstmest.

'Mijnheer Verbeek ik kom hier voor een open gesprek. Die chemische fabriek en mijnheer Alie Hassan-en-nog-wat interesseren mij niet. Laten we het beestje bij de naam noemen. Het gaat toch niet om kunstmest dacht ik.'

'Wat bedoelt u.'

'U zoekt toch yperiet of op zijn Hollands gezegd gifgas?

'Jij bent wel direct zeg!'

'Mijnheer Verbeek, ik slaap niet achterin.'

'Hoe bedoelt u?'

'Een opmerking uit de streek waar ik vandaan kom, die aangeeft dat ik niet onnozel ben.'

'Sorry, ik had niet de bedoeling...' begint Jos.

'Nee, laat maar,' lacht Ida: 'Vertel me wat het probleem is.'

'Het gaat over een transport van chemicaliën vanuit Spanje naar Irak.'

'Ik begrijp het probleem,' zegt Ida: 'Toen mijn baas u, pardon mag ik jij zeggen..?'

Jos knikt en Ida vervolgt: 'jou het kantoor uitsmeet, begreep ik gelijk waarover het ging. Ik heb mijn huiswerk gedaan en kan je misschien een oplossing aanbieden. Wat levert mij dat op?'

Jos doet of hij nadenkt: 'Dan zal je ook wel gehoord hebben dat ik jouw baas 10.000 gulden heb aangeboden.'

'Verdubbel het, dan los ik het probleem voor jou op.'

Ida, gaat wat achter in haar stoel zitten. Ze ziet dit als haar kans om in een keer genoeg geld bij elkaar te krijgen. Genoeg om zonder zorgen van haar man te scheiden en naar een mooi flatje in Alphen Noord te verhuizen.

'Waarom zou ik dat doen?' Zegt Jos.

'Zoek maar iemand anders die zoveel ervaring heeft met transport van chemicaliën. Ik weet precies hoe ik moet omgaan met de diverse export- en importbepalingen. Een ander vind je niet zo makkelijk'.

Enz. enz....